Lange sluitertijden, water en Benro filters

Werken met lange sluitertijden wordt steeds populairder. Ondanks steeds hogere acceptabele ISO waarden waarbij het statief zijn langste tijd gehad lijkt te hebben, is er een grote groep fotografen die zich juist toelegt op het werken met de dynamiek van beweging. Zeker met bewegend water is deze tak van sport erg populair. Toch hoor je ook vaak mensen die het ‘fluwele water’ niet mooi vinden. De truc zit ‘m in het kiezen van de juiste sluitertijd bij de juist beweging, en dat is voor iedere situatie anders.

 

Het gevoel van beweging creëren

Eén van de grootste problemen waar we als fotograaf mee te kampen hebben is dat dynamiek of beweging niet vast te leggen is. Onze mensenogen zijn extra gevoelig voor beweging, wanneer iets beweegt valt ons dat meteen op. Een vogel is bijna niet te vinden in een boom, tot het moment dat hij opvliegt. De waarneming van beweging zorgt ook voor dieptewerking en geeft het gevoel van dynamiek. De fotografie is echter een plat, stilstaand plaatje waarin alles wat beweegt wordt bevroren. Door het werken met langere sluitertijden beweegt echter een onderwerp tijdens de belichting ontstaat onscherpte, een bewogen onderwerp. Dit wordt door onze hersenen vertaald als 'beweging' en daarmee kun je juist het gevoel van dynamiek overbrengen. Je fotografeert echter iets wat je in werkelijkheid niet ziet, je creëert een nieuwe werkelijkheid.

Van tableau vivant tot fine art

Het lastige is echter om de juiste belichting te kiezen. Zeker met water is de keuze van sluitertijd van groot belang om de juiste dynamiek weer te geven. Een waterval beweegt voor onze ogen. In de fotografie kunnen we hier een tableau vivant van maken, met snelle sluitertijd een bevroren beeld waarin losse waterdruppeltjes in de lucht lijken te hangen. Een zeer lange sluitertijd van dezelfde waterval resulteert in fluweelachtige stroom, een soort gordijn, waarin de waterval bijna iet herkenbaar meer is. Alle tussenliggende sluitertijden vormen de overgang van de één naar de ander. De keuze van de 'juiste' sluitertijd is niet alleen lastig maar ook een persoonlijke keuze. De één wil graag meer de werkelijkheid weergeven (voor zover mogelijk bij een bewegend onderwerp) terwijl de ander een nieuwe werkelijkheid wil creëren.

 
 
Avondkleuren strand Ameland, 1/80 sec., je ziet alle rimpelingen op het water

Avondkleuren strand Ameland, 1/80 sec., je ziet alle rimpelingen op het water

Iets anders setting, nu met 8.0 sec. sluitertijd. Het water is verstild en de kleuren en reflectie komen mooier door

Iets anders setting, nu met 8.0 sec. sluitertijd. Het water is verstild en de kleuren en reflectie komen mooier door

 
 

Stappenplan lange sluitertijden

Het werken met lange sluitertijden is niet moeilijk maar vereist wel enige kennis van techniek. De belichting van een foto wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd (tijd dat de sensor blootstaat aan licht), het diafragma (grootte van de opening in het objectief) en ISO (de lichtgevoeligheid van de sensor). Wanneer de totale belichting, oftewel hoe licht of donker de gehele foto moet worden, niet moet worden veranderd maar je wilt wel de sluitertijd veranderen (in dit geval langer maken), moet je dus ook wijzigingen aanbrengen in diafragma en/of ISO. Omdat het vooraf lastig is in te schatten welke sluitertijd past bij jouw beleving en intentie is het handig om, net als Daan, een serie te maken met verschillende sluitertijden. Dan kun je later in alle rust op de computer kijken welke foto de goede is. Het volgende stappenplan kan helpen:

  1. Gebruik een statief (zodat tussentijds de compositie niet verandert)
  2. Zet je camera op stand A(v) (standen T(v) / S of M kunnen natuurlijk ook maar zelf werk ik graag vanuit A(v) ) en kies ISO100
  3. Begin met het aanpassen van de belichting totdat de foto goed is belicht (werk met belichtingscompensatie voor over- of onderbelichting)
  4. Maak nu een reeks met verschillende sluitertijden door te variëren in diafragma waarde, beginnen met lage waarde (= grote opening) voor snelle sluitertijden tot hoge waarde (=kleine opening) voor lange sluitertijden.
  5. Is het donker, dan kun je voor nóg snellere sluitertijden je ISO ook nog ophogen.

Omdat het diafragma, naast het regelen van de belichting, ook van invloed is op de scherptediepte, is het belangrijk te beseffen dat als je hierin wijzigingen aanbrengt t.b.v. een andere sluitertijd, je ook in essentie aan de scherptediepte aan het rommelen bent. Op grote afstand tot je onderwerp en/of werken met groothoek is de invloed van diafragma op de scherptediepte echter beperkt en dus niet zo erg om hierin te variëren. Wanneer je echter meer inzoomt en/of dichter op je onderwerp kruipt (denk hierin aan afstanden < 3 meter) dan is variatie in diafragma niet meer wenselijk om andere sluitertijden te krijgen en kun je beter met filters werken.

Werken met grijsfilters

In lichte omstandigheden, zonnig, kun je de ISO wel op 100 zetten en diafragma op 32, dan nog kan de resulterende sluitertijd nog wel eens niet bepaald lang zijn. Immers, als er veel licht is, hoeft de sensor maar kort bloot te staan aan licht. Wil je dan toch langere sluitertijden zul je trucs moeten toepassen om minder licht te krijgen. Dat kan door te wachten tot de zon wat verder onder is, of een grauwe dag met weinig zonlicht te kiezen. Maar wil je juist wel onder zonnige omstandigheden werken òf je wilt met extreem lange sluitertijden gaan werken, dan zul je moeten gaan werken met zogenaamde grijsfilters. Dat zijn filters die minder licht doorlaten over het hele vlak. Ze zijn te koop in verschillende sterktes, uitgedrukt in factoren 2 of 'stops'. Meest gangbare zijn de 1 stops (ookwel 0,3ND of ND2 filter genoemd), 2 stops (ookwel 0,6ND of ND4 filter genoemd) en 3 stops (ookwel 0,9ND of ND8 filter genoemd). Deze laatste filtert 3 factoren 2 = 2 x 2 x 2 = 8 weg.

 
 
Klein watervalletje, centraal Finland. 16mm, ISO100, f/14, 0,6sec. en 3 stops grijsfilter.

Klein watervalletje, centraal Finland. 16mm, ISO100, f/14, 0,6sec. en 3 stops grijsfilter.

de making off van het voorgaande beeld, gemaakt met telefoon - je ziet de grijsfilter in de houder

de making off van het voorgaande beeld, gemaakt met telefoon - je ziet de grijsfilter in de houder

 
 

Deze filters zijn te koop als opschroef filter die je in plaats van je UV of polarisatiefilter op je objectief schroeft. Maar ook zijn ze te koop als plaatfilters die in een filterhouder passen. Voordeel van deze laatste is dat je ze kunt combineren met grijsverloop filters (daarover later meer) en zelfs met polarisatiefilters. Deze systemen zijn op kleine formaat te koop en grote systemen met 10cm brede filters, zoals van Benro. Het voordeel van grote filters is dat je veel ruimte hebt om te schuiven en ook met echte groothoek (denk aan de Ultra Wide Angle lenzen op cropcamera's of 16mm en minder op Fullframe) deze systemen kunt gebruiken. Ik werk sinds een paar maanden met de Benro filterhouder (zie CameraNU voor prijzen) die niet alleen perfect op de lens blijft zitten middels een slim vergrendelingssysteem maar ook de mogelijkheid heeft om een 82mm slimline polarisatie filter (zie CameraNU voor prijzen) in te verwerken die los rond kan draaien. 

Het werken met filters tot 3 stops heeft geen gevolgen voor het stappenplan. Je kunt er nog steeds doorheen kijken en ook de belichtingsmeter van de camera meet erdoorheen zijn licht. Je kunt het stappenplan simpelweg uitbreiden met het plaatsen van een filter waardoor de sluitertijden ineens nog langer worden. Ook het combineren van filters werkt prima, zeker de Benro filters (zie CameraNU voor prijzen) geven dan nagenoeg geen kwaliteitsverlies of kleurzwemen! 

Big Stoppers

Daarnaast zijn er ook nog de zogenaamde 'big stoppers' die zelfs 8 tot 10 factoren 2 (factor 1000 aan licht) tegenhouden voor extreem lange sluitertijden. Ondanks dat deze filters in essentie niet anders zijn dan de genoemde 1 tot 3 stops filters is hier wel een andere werkwijze voor nodig. Omdat er zóveel licht wordt weggefilterd zie je zelfs niets meer door dit filter èn werkt ook de belichtingsmeter niet meer goed (iets met verhouding tussen IR en zichtbaar licht). Bepaald daarom een goede belichting zonder filter, onthoudt de gekozen ISO waarde (meestal 100) en diafragma en ga dan over op manual. Daarin zet je de betreffende ISO en diafragma. Plaats nu de big stopper filter en bereken vanaf de gevonden sluitertijd de nieuwe sluitertijd middels het aantal factoren 2 (of stops) van de filter. Had je bijvoorbeeld 1/100 sec. gevonden voor een goede belichting en moet je nu een sluitertijd kiezen die 10 x factor 2 (in geval van een 10 stops filter), of 2^10 = 1024 langzamer is. Vanaf 1/100 x 2 = 1/50, 1/25, 1/13, 1/6, 1/3, 0,6", 1.3", 2.5", 5", 10". De nieuwe sluitertijd wordt dus 10 sec. i.p.v. de 1/100 zonder filter.  Mijn ervaring is echter dat met deze rekenregel je goed in de buurt komt maar het is altijd om de nieuwe belichting nog even te checken aan de oude belichting, vaak moet je alsnog iets langer belichten dan de berekende nieuwe sluitertijd.

Beroemd beeld op Lofoten, 16mm, f/18, ISO100, 13.0 seconden met 8 stops grijsfilter.

Beroemd beeld op Lofoten, 16mm, f/18, ISO100, 13.0 seconden met 8 stops grijsfilter.

Ik ben niet iemand die snel voor één bepaald merk zal gaan, zeker niet als het betreffende merk ook verre van goedkoop is... tenzij dat zij gewoon ontzettend goede producten leveren. Wat mij betreft heeft Benro dat met het nieuwe filtersysteem aan alle kanten gedaan. Ze zijn niet goedkoop, verre van, maar wat mij betreft een stuk beter dan de tot voor kort door alle fotografen geroemde Lee filters. In tegenstelling tot Lee hebben de Benro filters bijna geen kleurzweem meer en dat is een grote meerwaarde! Ik ben nog bezig met een echte review maar die is nog niet af... 

banner best getest