De porseleinzwam... misschien we de mooiste zwam om vast te leggen.

Workshop paddenstoelen verplaatst as vrijdag 18 oktober…
daardoor nog een paar plekjes vrij!

 

Inhoud

Deze fotoworkshop wordt georganiseerd in samenwerking met CameraNU.nl en Godox flitsers. De workshop start in het Waterloopbos maar de nabespreking zal bij CamerNU.nl in Urk zijn waarna u de mogelijkheid heeft om naar de winkel te gaan.

Waar jarenlang het gebruik van flitsers binnen natuurfotografie 'not done' was lijkt er nu een opmars in het creatieve gebruik van flitslicht bij alle takken van de natuurfotografie. Flitsen maakt het mogelijk om je licht volledig in eigen hand te hebben, de juiste dosering van invullicht, tegenlicht of juist strijklicht. Waar je op een zonnige dag gebonden bent aan de lichtval van de zon kun je met flitsen in een donkere omgeving volledig je eigen artistieke beelden creëren. Toch is flitsen niet eenvoudig, zeker niet als je gebruik gaat maken van 'off-shoe flits', ofwel de flits los van de camera, of zelfs gaat werken met meerdere flitsers om verschillende lichtvallen in te zetten voor het belichten van je onderwerp.

Smoking mushroom

Smoking mushroom

Tijdens deze veldworkshop in het Waterloopbos gaan we aan de slag met paddenstoelen en flitsen. We bouwen de workshop langzaam op en beginnen met één flitser. We kijken wat er gebeurt als je die op de camera laat zitten en hoe je dan het omgevingslicht en flitslicht mooi op elkaar af kunt stemmen zodat je geen platgeflitst onderwerp hebt. Daarna kijken we wat er gebeurt als je de flitser los van de camera gaat plaatsen (draadloos of bedraad), waar kun je hem plaatsen en wat zijn de effecten van de verschillende posities. Hoe stel je de flitser in, denk aan 'power' maar ook aan 'zoom', we kijken naar het verschil tussen manueel en ETTL en maken gebruik van diffusers of softboxen om het licht zachter te maken en/of te verspreiden. Een reflectiescherm kan helpen om extra licht vanaf de andere kant in te zetten maar we gaan ook kijken wat er gebeurt als je een tweede of misschien zelfs derde flitser erbij zet. Hoe werk je met meerdere flitsers, hoe stel je ze in en hoe kun verschillende lichtvallen creëren.

Leenflitsers & korting van Godox

Wellicht heb je al een eigen rapportage flitsers met misschien een draadloze trigger maar mocht je dit nog niet in bezit hebben heeft Godox aangeboden om een set aan flitsers en triggers ter beschikking te stellen waarmee in het veld geëxperimenteerd kan worden. Voor diverse merken zijn er systemen aanwezig in diverse prijs categorieën zodat je naar hartelust kunt experimenteren en kunt kijken of het werken met flitsers wat voor jou is en wat voor systeem voor jou interessant zou kunnen zijn. Speciaal voor deze workshop bieden CameraNU.nl èn Godox 10% korting aan op het Godox assortiment zodat je ook nog eens tegen aantrekkelijke prijs na afloop van de workshop een mooie flitser uit kan zoeken!

Natures 'Yin Yang'

Natures 'Yin Yang'

Meer informatie en aanmelding

Ga voor meer informatie en aanmelding snel naar https://www.johanvanderwielen.nl/paddenstoelen-waterloopbos-workshop-flitstechnieken/ .... VOL = VOL

 
Zonsopkomst in herfstig Finland: 2 grijsverloopfilters gebruikt

Tutorial: dynamisch bereik en grijsverloop- of ND-gradiënt filters

Dynamisch bereik & zonesysteem

Je hebt er misschien wel eens van gehoor, het ‘dynamisch bereik’ van je camera. Maar wat betekent dat nu eigenlijk? In feite is het dynamisch bereik:

‘het grootste verschil tussen lichte en donkere delen wat een lichtgevoelig medium nog kan onderscheiden van uitgebeten wit en dichtgelopen zwart.’

Een lichtgevoelig medium kan alles zijn, de sensor van je camera, het analog fotorolletje maar ook je ogen! Het dynamisch bereik wordt uitgedrukt in ‘stops’, factoren 2 en Ansel Adams heeft dat mooi verwoord in een zonesysteem. Als ik de donkerste tint die ik nog kan onderscheiden van volledig zwart nu twee keer zo licht maak dan is dat één stop meer. Zo kan ik telkens de nieuwe tint 2x zo licht maken (dus 1 stop erbij) tot ik uiteindelijk op een zó lichte tint kom die ik nog net kan onderscheiden van uitgebeten wit. Ansel Adams verdeelde het spectrum tussen zwart en wit in 10 zones van één stop verschil, van zone X (volledig zwart) tot zone 10 (volledig wit). Je kent het zonesysteem waarschijnlijk wel:

zonesysteem

zonesysteem

Zone V ligt in het midden en staat gelijk aan middengrijs of 18% grijsreflectie. Die grijswaarde van zone V, die 18% grijs, is waarop de lichtmeters van de camera’s zijn gekalibreerd. Als de lichtwaarde van een onderwerp precies 18% grijs is, betekent dit dat de sensor perfect belicht wordt. Dit even kort door de bocht. Niet heel erg van belang voor deze tutorial maar wel leuk om te weten, toch?

Wat wel van belang is, is dat niet alle lichtgevoelige media een even groot potentieel dynamisch bereik hebben. Ons menselijk oog kan deze X zones zien. Dat betekent dat als wij naar de zonsondergang kijken wij waarschijnlijk nog detail onderscheiden in de schaduwpartijen maar ook in de lichte delen. Misschien niet in de zon zelf, die is nog te fel, die zit misschien wel in zone 12 of nog veel hoger. Dat is voor ons oog gewoon uitgebeten wit. In dit geval heeft de werkelijk zo’n groot licht/donker contrast, zo’n groot dynamisch bereik, dat het té groot is voor het potentiële dynamisch bereik van ons menselijk oog.

De camera heeft echter nog veel meer moeite met dezelfde lichtsituatie omdat het potentieel dynamische bereik van de camera nog kleiner is dan dat van ons oog. Waar ons oog misschien alleen de zon als uitgebeten witte vlek zit, is voor de camera zelfs de hele lucht uitgebeten. Het kan best zijn dat de camera alles wat zich in zone VII of IX bevindt al niet meer kan onderscheiden van uitgebeten wit en dus uit laat bijten in de foto. Zie het volgende beeld.

Een typisch geval waarbij het dynamisch bereik van de werkelijkheid groter is dan het potentieel van de camera.

Een typisch geval waarbij het dynamisch bereik van de werkelijkheid groter is dan het potentieel van de camera.

Histogram

<Klein zijspoor>. In het feite is het histogram van je camera niets anders dan het zonesysteem van Ansel maar dan in een grafiek uitgezet. Op het moment dat een deel van je grafiek bij de randen komt (links en rechts) begint een deel van je foto dicht te lopen (=volledig zwart, links) of uit te bijten (=volledig wit, rechts). Nu is het helaas niet zo dat je histogram perfect 11 zones is. Het histogram is bepaald op basis van de zogenaamde emebedded jpg (het ingebouwde JPG’tje wat je achterop je scherm van je camera zit) en dat is minder dan de volledige 11 stops. Omdat het dynamisch bereik van de tegenwoordige RAW files steeds groter wordt maar helaas de embedded JPG niet wordt geüpdate is het steeds moeilijker om op basis van het histogram in te schatten in hoeverre de aangegeven onder- of overbelichting ook leidt tot onder- of overbelichting in de RAW file. </Einde zijspoor>

(Te) lichte luchten

Zoals je in bovenstaand voorbeeld kunt zien is het vaak de lucht zie uitbijt, zeker als je de zon zelf meeneemt in het beeld. Dit komt omdat het dynamisch bereik van de werkelijkheid blijkbaar te groot is voor het potentieel van de camera. Je oog is daarin beter, die kan groter licht/donker contrast aan. Alhoewel, vergis je niet. Met je oog kijk je nooit een volledig beeld zoals deze foto, je dwaalt als het ware door het beeld en in je hoofd maak je er één beeld van. Echter, tegelijk met het dwalen is je iris continu bezig met het licht te regelen door open en dicht te gaan. Je denkt dus dat jouw oog het hele beeld prima et alle details kan zien maar in werkelijkheid maak je live een HDR beeld in je hoofd met verschillende ‘belichtingen’.

HDR

HDR? Ja, die moest eigenlijk niet aan bod komen in deze tutorial maar ik ontkom er niet aan. Immers, HDR is – samen met de grijsverloopfilter – de oplossing om om te gaan met te grote dynamisch bereik in landschapsfotografie. HDR staat voor High Dynamic Range, ofwel, extra groot dynamisch bereik. Omdat de sensor dat niet in één foto kan maak je bij een HDR opname (of exposure blending) meerdere foto’s met meerdere belichtingen van veel té donker via normaal naar veel té licht. In de nabewerking worden deze foto’s samengevoegd en uit iedere foto dat deel van de belichting genomen wat relatief gemiddeld belicht is. Het eindresulaat is een samengesteld beeld met hoog dynamisch bereik waarin geen delen zijn onder- of overbelicht.

Grijsverloop- of ND-gradiënt filters

Een andere optie is om het dynamisch bereik van de werkelijkheid te verkleinen tot het ‘past’ in het potentieel van de camera. Met grijsverloopfilters, dat zijn grijsfilter die half donker en half licht zijn, leg je met het donkere deel voor de lichte lucht en het lichte deel voor de voorgrond. Op dat moment wordt de lucht, die te licht is voor het potentiële dynamisch bereik van de camera, donkerder waardoor het totale dynamisch bereik zover verkleind wordt dat alle informatie weer past in het potentieel van de camera.

Links het beeld zonder filter, midden (niet de bedoeling eigenlijk!) de filter er half voor gehouden en rechts het resultaat met een 2 stops grijsverloop filter.

Links het beeld zonder filter, midden (niet de bedoeling eigenlijk!) de filter er half voor gehouden en rechts het resultaat met een 2 stops grijsverloop filter.

Net als grijsfilters zijn ook grijsverloopfilters, of ND-gradiënt van Neutral Density Gradient, te koop in verschillende sterktes. Ook hier uitgedrukt in stops.

  • 1 stops: wordt 0,3ND-grad of ND2-grad genoemd en filtert in het donkere deel een factor 2 aan licht (deze gebruik je niet vaak)
  • 2 stops: wordt 0,6ND-grad of ND4-grad genoemd en filtert in het donkere deel een factor 4 aan licht (deze gebruik je ook niet vaak)
  • 3 stops: wordt 0,9ND-grad of ND8-grad genoemd en filtert in het donkere deel een factor 8 aan licht (deze wordt veel gebruikt)
  • 4 stops: wordt 1,2ND-grad of ND16-grad genoemd en filtert in het donkere deel een factor 16 aan licht (deze wordt eveneens veel gebruikt)
Een grijsverloopfilter (plaatmodel) gemonteerd in een filterhouder. Je ziet duidelijk de overgang van donker naar licht.

Een grijsverloopfilter (plaatmodel) gemonteerd in een filterhouder. Je ziet duidelijk de overgang van donker naar licht.

Foto's zonder en met filters (2 en 3 stops)

Foto’s zonder en met filters (2 en 3 stops)

Anders dan bij de grijsfilters, waar je alleen in sterkte verschil hebt, heb je hier ook verschillen in het overgangsgebied. Vervelend is echter dat diverse merken daar andere bewoordingen voor hebben. Belangrijkste drie overgangen zijn:

  • Keihard (wordt nauwelijks meer gemaakt): hard scheidslijn tussen licht en donker, nagenoeg onbruikbaar.
  • Hard: heeft, in tegenstelling tot de naamgeving, een klein overgangsgebied tussen licht en donker
  • Soft: heeft een zeer geleidelijke overgang.
  • Reversed of inverse: Dat is een hard filter met harde overgang in het midden (hard, als in overgangsgebied) maar naar boven toe loopt hij weer lichter uit. Dit is een typisch filter wat je nodig hebt voor zonsop- en -ondergangen waarbij het lichtste deel, de zon, vlak boven de horizon zit. Heb je zo’n filter nodig? Bijna nooit… maar in sommige situaties kun je niet zonder.
verschillende grijsverloopfilters

verschillende grijsverloopfilters

Het uiteindelijke beeld: combinatie van 2 stops ND-grad hard en 3 stops ND-grad hard reversed.

Het uiteindelijke beeld: combinatie van 2 stops ND-grad hard en 3 stops ND-grad hard reversed.

Welke het filter handigst en/of fijnste is, is zeer fotograaf gebonden. Veel fotografen werken graag met harde filters met mindere sterkte en softe filters met grotere sterkte. Dit heeft te maken met het feit dat filters met een hardere overgang beter overweg kunnen met duidelijke licht/donker overgangen maar softe filters wat vergevingsgezinder zijn als het gaat om het niet perfect plaatsen.

Zelf werk ik graag met hard filters en eigenlijk zelden met de soft filters. Van andere fotografen weet ik dat ze dol zijn op de combinatie 2 stops hard en 3 stops soft. De enige manier om hier achter te komen is er toch mee te werken. Wel denk ik dat de 2 stops hard filter de koning is onder de verloopfilters… die gebruik ik by far het meeste!

Maten en materialen

Net als grijsfilters zijn ook grijsverloopfilters te koop in verschillende materialen, maten en soorten.

Opschroef of plaatfiltersysteem

Laten we beginnen met de soorten. Net als grijsfilters kun je grijsverloopfilters krijgen als onderdeel van een plaatfiltersysteem en als opschroeffilters. Waar je prima kunt werken met schroeffilters als het gaat om grijsfilters of polarisatiefilters omdat het een filters zijn die op het hele filmvlak werken is dat bij grijsverloopfilters niet. Als je daar een opschroeffilter koopt zit het overgangsgebied altijd in het midden terwijl je zelden de horizon in het midden wilt hebben. Die raad ik dus ook sterk af. Ga altijd voor een plaatfiltersysteem dan kun je ook makkelijk combineren met beide andere filters. Ook combineren van meerdere grijsverloopfilters is dan mogelijk zeker omdat je soms het overgangsgebied van beide filters niet op dezelfde plek ligt.

Plaatfiltersysteem 100mm in actie.

Plaatfiltersysteem 100mm in actie.

Glas of kunststof (resin)

Net als bij grijsfilters heb je keuze uit kunststof en glas en ook hier gelden dezelfde adviezen: glas krast veel minder en heeft een veel hogere beeldkwaliteit dan kunststof maar wel (veel) duurder en als ze vallen… zijn ze stuk. Echter, als je investeert in mooi glas wat lenzen betreft ben je eigenlijk bijna verplicht om ook te investeren in goed filterglas. Is kunststof dan slecht? Welnee, het kan ook prima, zeker als ook je apparatuur niet bestaat uit allemaal pro-lenzen. Of als je nog aan het oriënteren bent of filters wel iets voor je zijn.

Plaatfiltersysteem maten

Plaatsystemen heb je in meerdere maten: van het kleine (eigenlijk nog nauwelijks gebruikte) Cokin A-systeem (A van Amateur, 67mm), het meer gebruikte P-systeem (P van Professional, 84mm) tot het inmiddels meest gebruikte systeem met 100mm filters (zoals Benro, Sirui, Cokin Z, etc.). In deze serie zijn de meeste merken actief in zowel glas als kunststof filters. Dit systeem is ook voor de meeste lenzen prima bruikbaar. Alleen de extreme groothoeken met bolle front-elementen of filterdiameters van >82mm kan het zijn dat er problemen zijn met vignettering. In dat geval zal je moeten overgaan op het 150mm systeem maar dan mag je in de buidel tasten!

Plaatsen van grijsverloopfilters

Omdat je te maken hebt met een overgangsgebied welke precies op de juiste plek in de foto terecht moet komen is het plaatsen van de filter enorm belangrijk. Iets te hoog, dan heb je een witte rand vlak boven de horizon, iets te laag, dan is het bovenste deel van het land donker.

Het mooie van een plaatsysteem is dat je de lange filters omhoog en omlaag kan schuiven tot het overgangsgebied precies op de juiste plek in de compositie zit.

Het mooie van een plaatsysteem is dat je de lange filters omhoog en omlaag kan schuiven tot het overgangsgebied precies op de juiste plek in de compositie zit.

Hieronder drie voorbeelden van plaatsing (beetje overdreven om het effect goed te laten zien).

Filter zit te hoog, je ziet een witte rand boven de horizon.

Filter zit te hoog, je ziet een witte rand boven de horizon.

Filter zit te laag, je een donkere overgang in het water en de dijk aan de overkant van de Rijn is te donker.

Filter zit te laag, je een donkere overgang in het water en de dijk aan de overkant van de Rijn is te donker.

Grijsverloopfilter is goed gepositioneerd.

Grijsverloopfilter is goed gepositioneerd.

Zoals je ziet is er aan goed filtergebruik niets onnatuurlijks aan. Als je je filters goed gebruikt ziet het er juist heel natuurlijk uit. En dat is ook logisch, immers het dynamisch bereik van mijn ogen was beter dan van de camera dus door een filter te gebruiken wordt het dynamisch bereik van de werkelijkheid zó veel kleiner dat de camera weer hetzelfde gaat zien als mijn oog!

Wanneer welke grijsverloopfilter?

Dat is een lastige om zo te beantwoorden. Verschillende lichtomstandigheden eisen andere filters. Wat ik al eerder schreef is 1 stop vaak te weinig. Áls je filters gaat gebruiken heb je meteen 2 stops of meer nodig. Zelfs een reflectie in het water heeft filters nodig. Het gereflecteerde licht van het water is verstrooid en daardoor altijd minder fel dan het licht van de lucht. Globaal kun je de volgende handreikingen volgen:

  • Zon mee: geen grijsverloopfilters nodig
  • Half zon: 2 stops grijsverloopfilter
  • Reflectie: 1 of 2 stops grijsverloopfilter
  • Tegenlicht: 3 stops grijsverloopfilter
  • Tegenlicht met zon in beeld: 2 & 3 stops grijsverloopfilter
  • Zonsopgang / ondergang: 3 stops reversed grijsverloopfilter, evt. zelfs in combinatie met een 2 stops grijsverloopfilter.
Zonsondergang Winters Terschelling. Zelfs een reflectiebeeld als dit is gemaakt met een 2 stops ND grad hard om lucht en voorgrond in goede balans te brengen.

Zonsondergang Winters Terschelling. Zelfs een reflectiebeeld als dit is gemaakt met een 2 stops ND grad hard om lucht en voorgrond in goede balans te brengen.

Grijsverloopfilters vs HDR

In deze tutorial ga ik niet verder in op hoe HDR werkt maar omdat het zoveel gebruikt wordt in plaats van filters is het wel zo handig om beide werkwijzen naast elkaar te zetten. Eerst even een voorbeeld:

Drie verschillende belichtingen: links voor de voorgrond (erg licht), rechts voor de zon (erg donker), midden de gulden middenweg.

Drie verschillende belichtingen: links voor de voorgrond (erg licht), rechts voor de zon (erg donker), midden de gulden middenweg.

Zoals je ziet is het licht/donker contrast van de gekozen compositie, zonsondergang op het strand van Schiermonnikoog, te groot voor de camera. Ik heb drie belichtingen gemaakt voor de verschillende delen (voorgrond, achtergrond en een gulden middenweg). Geen van deze drie belichtingen leidt tot een mooi beeld. Er zijn nu twee opties: deze drie belichtingen gaan samenvoegen (HDR) of een nieuw beeld maken met een – in dit geval 3 stops hard – grijsverloopfilter.

Links de samengestelde HDR, rechts de foto met filter.

Links de samengestelde HDR, rechts de foto met filter.

De verschillen zijn duidelijk. Links is het dynamisch bereik van het eindresultaat erg klein, en nijgt naar onnatuurlijk. Dat kun je in de nabewerking natuurlijk wat voorkomen maar ik heb het nu maar even gelaten om duidelijk te laten zien. Rechts ziet het resultaat er natuurlijker uit maar is de lucht vrij donker, donkerder dan je met je oog zou zien. Dat komt natuurlijk omdat het lichtste deel in de foto niet zozeer de lucht is maar het deel rond de zon. Daarboven is het weer lichter maar dat kun je met een normale grijsverloopfilter niet voor mekaar krijgen. Wat is nu mooier? Dat laat ik aan jou over. Sterker nog, soms is het ene mooier, soms het andere.

In enkele gevallen kun je niet kiezen en moet je voor één van beide gaan:

  • Beweging -> grijsverloopfilters: wanneer je onderwerp beweegt of er is sterke wind waardoor er delen van je foto per foto kunnen verschillen is HDR geen optie. Immers, daarbij moet de compositie voor alle belichtingen gelijk zijn.
  • Rafelige horizon -> HDR: nadeel van filters is de rechte overgang. Als die overgang niet recht is, denk aan een bomenrij of andere onderwerpen die vanuit het donker i de lichte lucht steken werkt een grijsverloopfilter niet. Dan moet je naar HDR.

Werken met meerdere filters

Ja, mooi allemaal maar stel dat ik nu filters wil combineren? Dus grijsverloop met nog meer grijsverloop en eventueel ook nog grijs- en/of polarisatiefilter? Kan dat? Jazeker!! Laat ik daar nu al eens ooit een tutorial over hebben geschreven… kijk maar: Werken met meerdere filters: een stappenplan.

Voorbeelden

Hieronder een paar voorbeeldfoto’s waarbij gebruik is gemaakt van één of meer (soorten) filters, al dan niet in combinatie.

Terschelling: combinatie van polarisatie, 2 stops ND-grad hard en 3 stops ND-grad hard reversed.

Terschelling: combinatie van polarisatie, 2 stops ND-grad hard en 3 stops ND-grad hard reversed.

Bleik, Vesterålen: combinatie van 3 stops ND-grad hard en 8 stops ND filter. 3,2 sec. belichting

Bleik, Vesterålen: combinatie van 3 stops ND-grad hard en 8 stops ND filter. 3,2 sec. belichting

Ameland: combinatie van polarisatie, 4 stops ND-grad soft en 2 stops ND-grad hard.

Ameland: combinatie van polarisatie, 4 stops ND-grad soft en 2 stops ND-grad hard.

Deze tutorial is de laatste in de serie van drie waarin ik ook de polarisatiefilter en de grijsfilter of ND-filter heb behandeld. Deze drie filters zitten altijd in mijn tas als ik op pad ga voor landschappen en eigenlijk schiet ik zelden zonder één of meerdere van deze filters. De truc is om precies te weten wat ze wel en niet kunnen. Soms kun je er heerlijk mee over-the-top gaan maar vaak is het juist mooi om de filters zó te gebruiken dat je niet ziet dat je ze gebruikt hebt.

Donkerste plek in Nederland: Schiermonnikoog

NIEUW: (bijna) GRATIS Masterclass Nachtfotografie, Nacht van de Nacht
26 oktober 2019 – op Landgoed De Haere Olst (Ov)

 

Nacht van de Nacht!

Op zaterdag 26 oktober 2019 wordt de 15e (!) ‘Nacht van de Nacht’ georganiseerd. In heel het land zullen honderden kerken, kantoren, bruggen, torens, gemeentehuizen en monumenten de verlichting doven. Niet alleen kan lichtovergoten Nederland weer eindelijk eens genieten van het èchte donker maar ook is het belangrijk om een statement te maken in het kader van het milieu! Meer informatie kun je vinden op www.nachtvandenacht.nl.

Masterclass Nachtfotografie

Nachtfotografie is één van de meeste spectaculaire en speciale manieren van (natuur)fotografie. In het donker is het spelen met techniek, spelen met (afwezigheid van) licht en ontdekken van tal van nieuwe mogelijkheden, sferen en indrukken. Nachtfotografie in Nederland is echter steeds moeilijker. Niet alleen mogen we nergens het bos in na zonsondergang maar ook is er zóveel lichtvervuiling dat foto's van bijv. hemellichamen bijna nergens meer goed te maken zijn.

Daarom heb ik in 2010 de start gemaakt van de ‘nacht van de nacht-fotografie’! Een avond waarop (amateur)fotografen in den lande kunnen genieten van het donker èn de toestemming hebben op plaatsen te komen waar het normaal niet zómaar mag. Een avond vol spanning en sfeer, aan de slag met leren kennen van je camera, de specifieke technieken van avond en nachtfotografie, ontdekken hoeveel licht er eigenlijk nog is en wat voor sferen die brengen, spelen met bewegende hemellichamen en het ontdekken van het donker in het beeld.

Theorie & praktijk

Ik begin de avond met een presentatie over de nacht in Nederland en een korte introductie nachtfotografie. Daarna gaan we, begeleid door een groep vrijwillige fotografen, de nacht in, de praktijk in.

Meer informatie en opgave: 

Wanneer? Zaterdag 26 oktober, vanaf 19.15 uur

Waar? Landgoed De Haere, Haereweg 4 te Olst

Kosten € 15,00 voor de Masterclass Nachtfotografie (incl. kopje koffie), dit bedrag komt ten goede aan Natuur & Milieu Overijssel

De schrille tegenstelling... net zo'n heldere nacht tussen de kassen.

De schrille tegenstelling... net zo'n heldere nacht tussen de kassen.

 
Spectaculair en creatief met beperkte middelen: camera met kitlens, smartphone en wat kennis van fotografie.

Tutorial: Paddenstoelen fotografie ~ spelen met lampjes

Johan aan de slag met zijn geliefde herfstonderwerpen… paddenstoelen

Johan aan de slag met zijn geliefde herfstonderwerpen… paddenstoelen

Toch waren mijn tips vooral bedoeld voor de meer gevorderde fotograaf zeker omdat ikzelf eigenlijk altijd met meerder flitsers werk in het veld. Niet alleen vergt dat een dosis extra kennis maar ook kan dat best kostbaar zijn. Zijn er dan geen alternatieven? Wat laagdrempeligere methoden om toch heerlijk te kunnen spelen met eigen licht zonder allerlei flitsers, snoots, grids, remotes en kleurengels het veld mee in te slepen om nog maar te zwijgen van de extra statieven en gorillapods? Zou je zelfs met een instapcamera aan de slag kunnen gaan? Jazeker!! En hoe… let maar op!

Als je Johan heet neem je werkelijk alles mee het bos in… maar het hoeft niet!

Als je Johan heet neem je werkelijk alles mee het bos in… maar het hoeft niet!

Van start: waar en wanneer

Voor we plat op de grond duiken voor de mooiste foto’s is het handig om ons eerst even voor te bereiden. We zullen eerst op zoek moeten naar ons onderwerp – paddenstoelen – en bepalen wanneer we gaan. Dan is het nog zaak de goede spullen in de tas te stoppen. Dus nog even je enthousiasme temperen en een pas op de plaats maken!

Wacht op de regen

Paddenstoelen zijn eigenlijk de bloeiwijze van ondergrondse schimmels. Net als een klaproos maar heel kort bloeit, is een paddenstoel er ook maar heel kort. Sommige houtige zwammen zijn er het hele jaar door maar de paddenstoelen die we als natuurfotograaf zo mooi vinden, die op steeltjes, zijn er maar heel kort. Vanaf augustus t/m november kun je ze treffen maar je ziet ze vooral na een natte periode. Heeft het in augustus een week lang geregend dan moet je op zoek! Komt er daarna een week van warm droog weer dan is 80% weer verdwenen. Paddenstoelen fotografie heeft meer met het weer te maken dan met je agenda, vooraf plannen heeft helaas weinig zin.

Zo erg is regen niet hoor… vuilniszak mee, paraplu boven je hoofd en genieten van het verder volledig lege bos 😉

Zo erg is regen niet hoor… vuilniszak mee, paraplu boven je hoofd en genieten van het verder volledig lege bos 😉

Zon is vervelend

Daarnaast is het handig om vooraf na te denken wat je wilt gaan doen. Veel fotografen gaan op pad met mooi zonnig weer, liefst met zonnestralen in het bos. Dat is natuurlijk ook prachtig en moet je zeker doen! Alleen, wanneer de zon schijnt heeft de natuur zijn eigen lichtbron die zó sterk is dat je daar als fotograaf mee te dealen hebt. Als je iets wil met eigen lampjes, spelen met eigen lichtval en creatief met lichtsoorten wil doen is de zon je grootste vijand. Die schijnt namelijk nooit vanaf het goede punt. Voor dat soort foto’s ga ik altijd op pad bij een grauw grijze dag, liefst een beetje motregen. Het voordeel is dat het lekker donker is in het bos (kom ik later nog op terug), dat het licht heel zacht en diffuus is, de zon geen roet in het eten gooit als het gaat om lichtval èn… het ook nog eens heerlijk rustig is in het bos. Iets waar ik als fotograaf erg van hou 😊

Zonlicht is prachtig maar je kunt zelf niet meer bepalen waar het licht vandaan moet komen…

Zonlicht is prachtig maar je kunt zelf niet meer bepalen waar het licht vandaan moet komen…

Wat neem ik mee?

Dat is van fotograaf tot fotograaf verschillend maar ook van idee tot idee. Ook hier kun je het zo gek maken als je zelf wil, zie mijn vorige blog met wat ik allemaal het veld in meezeul. Maar zelfs met alleen een camera, een kitlens en je telefoon kun je al hele spectaculaire beelden maken. Wil je toch iets meer meenemen? Heb je een macro lens, dan is het verleidelijk om die mee te pakken. Toch neem ikzelf naast de macro óók altijd een groothoek en een tele mee. Alle drie de lenzen zijn geschikt voor paddenstoelen. Misschien niet de allerkleinsten, daarvoor is een macro lens wel het fijnste. Alhoewel, met een setje tussenringen kom je ook al een heel eind!

Tja, daarna staat de weg tot vele kilo’s aan materiaal open. Zaklampje, reflectiescherm, witte paraplu, flitsers, snoots, grids, kleurengels… je kunt het zo gek niet bedenken. Dat heb ik allemaal in mijn vorige blog beschreven. Nu gaan we het eens lekker eenvoudig houden 😊 Zaklampje is voldoende… Klaar? Op pad! Oh nee wacht…

Statief!

Wachten? Jazeker, ik ga nooit weg zonder statief. In een andere blog heb ik al geschreven over het belang van een statief. Niet alleen bij slecht licht of als je met lange sluitertijden wil werken, nee ook met macro en zelfs ook met meer dan voldoende licht! Waarom, hoor ik je denken. Een statief is lomp, groot en zwaar. Klopt, allemaal waar. Maar een statief geeft je de mogelijkheid om alle processtappen los te koppelen. Eerst een goede compositie bepalen, paar proeffoto’s. Dan ga je aan de slag met instellingen, denk aan scherptediepte en belichting. Terwijl je daarmee aan het experimenteren bent verandert in de tussentijd de compositie niet dankzij het statief. Zo kun je naar hartenlust allerlei zaken uitproberen op steeds exact hetzelfde beeld. De juiste scherptediepte lastig te bepalen? Maak dan een serie met meerdere foto’s van klein diafragmagetal (kleine scherptediepte) tot groot. Dan kun je rustig later in de computer bekijken welke de perfecte is. Lastig om de goede belichting te bepalen? Maak ook hier weer een serie, of belichtingstrapje. Op die manier heb je alle onderdelen van de fotografie losgekoppeld en kom je uiteindelijk tot een veel beter beeld!

Opstelling met camera op statief en Godox LED panel op de gorillapod.

Opstelling met camera op statief en Godox LED panel op de gorillapod.

Zorg wel voor een statief die ook lekker laag kan, zo’n middenzuil werkt natuurlijk niet. Sommige fotografen draaien die ondersteboven zodat je camera onder het statief hangt… ook ondersteboven. Ik zal bekennen dat ik daar niet mee kan werken. Zelf werk ik met macro met mijn grote Benro Combi C4780, die heeft geen middelzuil en kan lekker laag. Zeker wanneer je een statiefgondel hebt aan je macro of telelens dan kun je de lens via het balhoofd naast de kop laten hangen. Maar meestal pak ik mijn Benro GoPlus FGP28C, daarvan kan de middenzuil horizontaal en kun je zo laag als je maar wil. Als laatste nog een hoekzoeker (mocht je geen kantelbaar scherm hebben in je camera) en eindelijk op pad!

De Benro GoPlus FGP28C kan extreem laag, je camera ligt gewoon op de grond

De Benro GoPlus FGP28C kan extreem laag, je camera ligt gewoon op de grond

Heb je een statiefgondel op je macro- of telelens, dan is het helemaal perfect werken!

Heb je een statiefgondel op je macro- of telelens, dan is het helemaal perfect werken!

Een laatste – erg fraaie – macro optie is een Gorillapod. Werkt heel makkelijk en diverse en scheelt enorm veel gesjouw.

Waarom een lampje?

In mijn andere blog ging het ook over lampjes maar vooral over flitsers. Waarom dan toch een lampje meenemen? Flitsers hebben veel voordelen t.o.v. een vaste lamp. Zo is een flitsers in sterkte te regelen van heel zacht tot heel hard en kan een flitsers ook zijn lichtbundel bundelen of juist wijder maken. Allemaal zaken die in het veld mogelijk maken om heel precies je licht te richten en ook nog eens perfect de hoeveelheid licht te bepalen die je nodig hebt. Toch is er één groot nadeel aan flitsers, je ziet namelijk tijdens het fotograferen niet wat er gebeurt. De flitser staat namelijk uit als jij bezig bent met je foto te bepalen, compositie te kiezen en camera in te stellen op belichting. Pas als je daadwerkelijk de foto maakt knalt de flitser (of meerdere) en zie je het resultaat. Je ziet vooraf zelfs niet eens of de flitser wel juist gericht staat op het onderwerp. Allemaal zaken die pas na afloop van de foto te zien zijn.

Paddenstoel verlicht met een kleine LED panel van Godox (LINK) die je met een flexibele arm van Wimberley (LINK) in alle richtingen boven, onder, links, rechts of achter je paddenstoel kan plaatsen. Deze LED panel zijn niet in kleur te variëren maar wel in lichtsterkte.

Paddenstoel verlicht met een kleine LED panel van Godox die je met een flexibele arm van Wimberley in alle richtingen boven, onder, links, rechts of achter je paddenstoel kan plaatsen. Deze LED panel zijn niet in kleur te variëren maar wel in lichtsterkte.

Kijk, en daar is een lampje dus in het voordeel. zeker voor de meer beginnende fotograaf. Op het moment dat je de lamp aanzet zie je meteen waar hij heen schijnt en hoe fel. Je kunt de lamp perfect richten en het effect zie je door je zoeker. Je werkt bij het instellen van de camera dus ook meteen met de uiteindelijk lichtomstandigheid en het resultaat is geen verrassing. Natuurlijk kun je hele dure lampjes kopen die regelbaar zijn in sterkte en zelfs in kleur maar het hoeft allemaal niet duur te zijn. Een simpel LED (hoofd)lampje of zelfs het lampje van je telefoon is soms al genoeg om een saai beeld ineens heel spannend te maken. En daar gingen we voor vandaag!

Aan de slag: het stappenplan

Zo, eindelijk aan de slag. We hebben de goede tijd, het is vandaag grijs weer zonder zon, we zitten in het bos, hebben paddenstoelen gevonden, een tas vol met foto apparatuur… en zijn moe van het sjouwen van het statief. Hoe je beginnen?

1. Maak de foto in je hoofd

Begin met de paddenstoel goed te bekijken, ga er naast liggen en bekijk hem van alle kanten. Meestal staat de hoed iets schuin, van die kant kun je er een beetje onder kijken. Let ook op de achtergrond, hoe verder die weg is, hoe onscherper hij zal worden en hoe minder storen. Liggen er blaadjes in de weg, gewoon even weghalen. Maak de foto in je hoofd. Waar moet de paddenstoel in het beeld? Niet in het midden, dat levert zelden een spannende foto op. Links? Dan vormt hij de inleiding van je foto. Rechts? Dan staat hij op het eindpunt van een zoektocht door het beeld. Beide kunnen, maak ze ook maar beide. Dan zie je later wel wat het mooiste is. Welke lens? Wordt het een macro lens met weinig omgeving, een telelens met iets meer omgeving of de groothoek met het hele bos in de achtergrond? Kan je niet kiezen? Gewoon weer alles proberen!

2. Bepaal de compositie

Alles bedacht en gepland? Pak dan je statief en je camera en bepaal de compositie. Maak diverse proefopnames zonder te letten op belichting of scherptediepte. Puur of het totaalbeeld klopt. Niet teveel witte storende lucht erbij, bomen op de juiste plek, achtergrond kleuren moeten kloppen, een mooie omranding rond je paddenstoel, etc. Gewoon veel proberen tot je tevreden bent, dan zet je alles op je statief vast. Zo, die compositie staat nu vast!

Het grote voordeel van een statief: je kunt van alles experimenteren en instellen zonder dat tussentijds je composities verandert!

Het grote voordeel van een statief: je kunt van alles experimenteren en instellen zonder dat tussentijds je composities verandert!

3. Scherptediepte

Eerste de scherptediepte bepalen? Jazeker, want die is afhankelijk van het diafragma. Met de scherptediepte kun je de perfecte balans maken tussen scherpte paddenstoel en de mate van onscherpte in de achtergrond. Zet je camera op de stand diafragmavoorkeuze (dat is A of Av) en begin met een klein getal. De achtergrond wordt nu mooi onscherp maar misschien ook wel een deel van je paddenstoel. Geen nood, gewoon een volgende foto maken maar nu met een diafragmagetal hoger. De volgende reeks is prima om te proberen: f/2.8 (als je die hebt, anders het kleinste getal), f/4, f/5.6, f/8, f/11 en f/16. Bij de eerste is de achtergrond misschien té vaag en bij de laatste is alles wellicht té scherp. Ga dan eens rustig de andere foto’s bekijken en bepaal welke foto voor jou de juiste verhouding heeft tussen scherpte en (achtergrond)onscherpte. Gevonden? Mooi, onthoud die waarde!

Dankzij de kleine scherptediepte, in dit geval f/4, is zowel het mos vóór de paddenstoel als de achtergrond mooi onscherp.

Dankzij de kleine scherptediepte, in dit geval f/4, is zowel het mos vóór de paddenstoel als de achtergrond mooi onscherp.

Kleine scherptediepte kan je zelfs helpen om een groepje paddenstoelen in de achtergrond te laten verworden tot lichte omranding van je onderwerp. Dit was f/5.0

Kleine scherptediepte kan je zelfs helpen om een groepje paddenstoelen in de achtergrond te laten verworden tot lichte omranding van je onderwerp. Dit was f/5.0

4. Belichting

De foto mag nu wel de goede compositie hebben en juiste scherptediepte… dat wil nog niet zeggen dat de belichting mooi is. Misschien is hij te licht, of juist te donker. De belichting kun je aanpassen op twee manieren:

4A. Belichtingscompensatie

Blijf in de diafragmavoorkeuzestand en ga aan de slag met belichtingscompensatie. Hoe dat werkt is afhankelijk van je camera. Sommige camera’s hebben ergens een +/- knop, andere hebben een draaiwiel aan de achterkant. In het eerste geval druk je die +/- knop in en draai je tegelijk aan het draaiwiel (die dan weer afhankelijk van je camera bij de ontspanknop zit of misschien wel achterop). Je ziet dan het streepje onder de belichtingsmeter veranderen. Naar links is – (dus donkerder), naar rechts is + (dus lichter). Heb je geen maatstreepjes? Dan kan het zijn dat je bijv. -0,3, -0,7, -1, etc ziet staan, dat is ook donkerder. En logischerwijs is +1 dan lichter. Bedenk dat +1 precies één factor 2 betekent, dus +1 staat gelijk aan 2x zoveel licht. -1 is dus maar de helft van het licht en -2 de helft van de helft, dus ¼ van het licht. Dat worden de ‘stops’ genoemd.

Heb je een draaiwiel aan de achterkant kan je daaraan draaien en veranderd de belichtingsmeter meteen. Geen gedoe dus met +/- knoppen maar dat is vaak alleen op de wat duurdere camera’

Let op: de belichtingscorrectie blijft staan tot jij hem weer terugzet op 0. Camera uitzetten heeft geen zin, -1 blijft -1. Vergeet dus nooit om hem weer terug te zetten!

Normale belichting, het geheel oogt wat flets. De steel lijkt zelfs bijna uitgebeten.

Normale belichting, het geheel oogt wat flets. De steel lijkt zelfs bijna uitgebeten.

Zelfde foto maar nu -2 belichting (2 stops onderbelichting dus maar ¼ van het licht). De hele foto is donkerder maar het oog nu wel veel mysterieuzer.

Zelfde foto maar nu -2 belichting (2 stops onderbelichting dus maar ¼ van het licht). De hele foto is donkerder maar het oog nu wel veel mysterieuzer.

Ook met een eenvoudig toestel en kitlens kunt je heel mooie foto’s maken!

Ook met een eenvoudig toestel en kitlens kunt je heel mooie foto’s maken!

4B. Alles handmatig: stand M

Soms is het lastig te werken met de belichtingsmeter. Hij meet licht van de compositie en als dat af en toe wat veranderd, denk aan een zonnetje wat toch even komt buurten, dan is meteen de belichting weer anders. Dan kan het handig zijn om gewoon alles lekker met het handje te doen. Hoe dan? Nou ja, het diafragma hadden we al bepaald bij de scherptediepte. Dus die kunnen we er zo inzetten. De ISO kan lekker laag want we werken van statief. En met de sluitertijd gaan we experimenteren. Draai in eerste instantie net zo lang aan de sluitertijd tot de belichtingsmeter op 0 staat. Een snellere sluitertijd zal dan een wat donkerdere foto opleveren terwijl een wat langzamere sluitertijd meer licht binnenlaat en een wat lichter resultaat geeft. Experimenteer net zo lang tot je tevreden bent over het resultaat.

Klaar! Tijd om te experimenteren met je lampje

Klopt, je bent nu in principe klaar en de foto is – hopelijk – al erg fraai. Toch is er nog veel meer mogelijk en daarvoor pakken we het lampje erbij.

Een prachtig lampje voor dit soort fotografie, de Litra. Regelbaar in kleurtemperatuur en aantal lumens! Zeker de barndoors erbij bestellen om flare te voorkomen.

Een prachtig lampje voor dit soort fotografie, de Litra. Regelbaar in kleurtemperatuur en aantal lumens! Zeker de barndoors erbij bestellen om flare te voorkomen.

1. Lichtrichting

Ga eerst weer zelf plat op de grond liggen en leg je lampje ergens neer waar hij de paddenstoel mooi kan beschijnen. Je kunt daarbij kiezen voor allerlei lichtrichtingen. Meelicht (het lampje schijnt vanaf de camera naar de paddenstoel) is wat vlak want je ziet geen schaduwen maar geeft vaak een warm resultaat en je kunt alle details van de paddenstoel mooi in beeld brengen. Tegenlicht krijg je door de lamp net buiten beeld van achter de paddenstoel richting de camera te laten schijnen. Je krijgt dan van die mooie brand- of lichtrandjes langs de zijkant van de paddenstoel. Vaak heel spectaculair en spannend maar de paddenstoel wordt wel een silhouet, dus niet alle details zijn meer zichtbaar. Een derde optie is zijlicht waarbij het lampje haaks op de fotografierichting schijnt. Het leuke is dat je niet beide hebt, zowel schaduw als licht op de paddenstoel waardoor je veel diepte in je beeld krijgt, en daardoor zowel donker als licht. Welke is het mooiste? Geen, gewoon allemaal proberen. Soms is meelicht fraaier, soms juist tegenlicht en een derde keer weer zijlicht. Ga je vandaag meerdere paddo’s te lijf dan is het sowieso handig om te experimenteren met de lichtrichting want een serie met alleen maar tegenlicht is nooit spannend.

Nagenoeg meelicht, lichtbron van laag naar hoog laten schijnen

Nagenoeg meelicht, lichtbron van laag naar hoog laten schijnen

Zijlicht, je ziet nu de duidelijke schaduw ontstaan.

Zijlicht, je ziet nu de duidelijke schaduw ontstaan.

Tegenlicht, er ontstaat enige flare door het inschijnen van de lamp in je lens. Even je pet ertussen houden en het is weg…. Of je vindt het leuk zoals ik.

Tegenlicht, er ontstaat enige flare door het inschijnen van de lamp in je lens. Even je pet ertussen houden en het is weg…. Of je vindt het leuk zoals ik.

2. Aanpassing belichting

Je zult nu merken dat de gekozen belichting ineens niet meer klopt. Logisch, je hebt een extra lichtbron toegevoegd. Dus zul je je belichting weer aan moeten passen met belichtingscompensatie of andere sluitertijd. Een fel lampje zorgt voor veel licht op de paddenstoel, door nu de belichting donkerder te maken zal de achtergrond veel donkerder worden wat een spectaculair beeld op kan leveren.

Is je lampje nog steeds te fel? Zet hem iets verder weg of dim hem (als dat kan bij dat lampje). Je kunt er ook een papieren zakdoekje voor hangen of een mooi doorschijnend blad. Op die manier komt er minder licht op de paddenstoel en hoef je de achtergrond minder donker te maken. Daarmee kun je de lichtbalans tussen onderwerp en achtergrond regelen.

Een lampje van rechtsachter geplaatst, je ziet het effect nog niet zo behalve wat overbelichtte plekken op de stelen en hoed.

Een lampje van rechtsachter geplaatst, je ziet het effect nog niet zo behalve wat overbelichtte plekken op de stelen en hoed.

Zelfde foto maar nu een stuk onderbelicht. Het effect van het lampje is nu veel beter zichtbaar en het resultaat is een spannend donker beeld.

Zelfde foto maar nu een stuk onderbelicht. Het effect van het lampje is nu veel beter zichtbaar en het resultaat is een spannend donker beeld.

Door het lampje op een eenvoudig statief of houder te plaatsen kun je variëren met lichtrichting en lichtsterkte.

Door het lampje op een eenvoudig statief of houder te plaatsen kun je variëren met lichtrichting en lichtsterkte.

Gekleurd licht & witbalans

Je lampje zal waarschijnlijk maar één kleur licht hebben. Toch zijn er ook lampjes, zoals de Litra die de witbalans of kleurtemperatuur aan kunnen passen tussen hard wit en warm zacht licht. Je kunt het nog extremer doen door een diaraampje te vullen met een stukje plastic en met permanent marker in te kleuren. Zet die voor je lampje dan heb je ineens blauw, rood of groen licht.

Voor de Litra kun je zelfs kleurenfilters kopen.

Voor de Litra kun je zelfs kleurenfilters kopen.

Dan is ineens je paddenstoel blauw, rood, geel of groen. Klopt. Is dat mooi? Soms. Maar je kunt er nog een ander trucje mee uithalen. Wanneer je oranje licht op je paddenstoel laat vallen is de omgeving normaal van kleur en de paddenstoel oranje. Zet je nu je witbalans in de camera heel koel (bijv. witbalans gloeilicht) dan wordt eigenlijk het oranje gecompenseerd en is de paddenstoel weer normaal van kleur. De achtergrond daarentegen is nu zelf heel blauwig en koel van kleur. Alsof het na zonsondergang is. Dus de kleur van je lampje in compensatie met de witbalans zorgt ook voor het veranderen van de achtergrondkleur.

Van onderen ingeschenen met een lampje, geen kleurcorrecties

Van onderen ingeschenen met een lampje, geen kleurcorrecties

Mijn zelfbouw kleurenfilters…. Die leg ik op mijn lampje (telefoon) voor een ander kleurtje

Mijn zelfbouw kleurenfilters…. Die leg ik op mijn lampje (telefoon) voor een ander kleurtje

Rood ingeschenen

Rood ingeschenen

Oranje licht van onderen

Oranje licht van onderen

Zelfde foto, ook oranje ingeschenen. Maar nu mijn witbalans op heel koud gezet (3000K of gloeilamp). De paddenstoel is nu weer normaal van kleur maar de achtergrond is nu blauwig. Weer eens wat anders.

Zelfde foto, ook oranje ingeschenen. Maar nu mijn witbalans op heel koud gezet (3000K of gloeilamp). De paddenstoel is nu weer normaal van kleur maar de achtergrond is nu blauwig. Weer eens wat anders.

Zelfde trucje, Litra lamp voorzien van roodfilter …

Zelfde trucje, Litra lamp voorzien van roodfilter …

… en vervolgens de witbalans heel koud.

… en vervolgens de witbalans heel koud.

Leve de smartphone: recht omhoog licht

Ja, je leest het goed. Het fijnste lampje is misschien nog wel het lampje van je telefoon. Dat is een fel lichtje op een zeer praktische houder, namelijk een plat ding. Je telefoon kun je makkelijk plat op de grond, onder de paddenstoel, leggen en recht omhoog laten schijnen. Met wat blaadjes verberg je de telefoon zelf en je kunt nu een recht van onderen belichtte paddenstoel vastleggen. Eenzelfde diaraampje kun je ook maken met meerdere kleurtjes, speciaal voor je telefoon.

Mijn smartphone ligt plat op de grond en schijnt naar boven in de vliegenzwam

Mijn smartphone ligt plat op de grond en schijnt naar boven in de vliegenzwam

Het resultaat met koelere witbalans en stuk onderbelichting. Spectaculair met alleen een standaard lens, telefoon en wat kennis van fotografie.

Het resultaat met koelere witbalans en stuk onderbelichting. Spectaculair met alleen een standaard lens, telefoon en wat kennis van fotografie.

Een eenvoudige camera met kitlens en een telefoon… meer heb je soms niet nodig.

Een eenvoudige camera met kitlens en een telefoon… meer heb je soms niet nodig.

Het resultaat….

Het resultaat….

Paddenstoel met groothoek, het licht is egaal maar wat saai

Paddenstoel met groothoek, het licht is egaal maar wat saai

Zijlicht met een Litra lamp en tegelijk een koele witbalans… wat je niet allemaal kunt doen met een simpel lampje

Zijlicht met een Litra lamp en tegelijk een koele witbalans… wat je niet allemaal kunt doen met een simpel lampje

Creatief met weinig hulpmiddelen en hopelijk meer dan genoeg inspiratie voor vele plezierige uren onder, naast en boven de paddenstoelen.

Veel succes!!

Johan

 

Lange sluitertijd om de beweging van wolken te laten zien. Het wad op Terschelling.

Tutorial: lange sluitertijden en ND- of grijsfilter

Lange sluitertijden…

In de (natuur)fotografie wordt veel gebruik gemaakt van lange sluitertijden. Bewapend met een statief kun je de sluitertijd in theorie zo lang maken als je zelf wil zonder dat je bewegingsonscherpte krijgt van eventuele beweging door de camera. Maar waarom zou je dat willen? Immers, met een korte sluitertijd kun je heerlijk uit de hand fotografen en heb je dat vervelende statief helemaal niet nodig. De huidige digitale camera’s kunnen ook met extreem hoge ISO fotograferen èn de resultaten zijn met die hoge ISO ook steeds beter. Je zou zeggen dat er bijna geen noodzaak meer is voor een statief. De nieuwste camera’s kunnen zelfs ’s nachts uit de hand fotograferen. En toch willen veel (natuur)fotografen juist wel hun sluitertijd verlengen. Waarom?

Bij dit beeld lijkt het niet uit te maken of de sluitertijd kort of lang was... of toch wel?

Bij dit beeld lijkt het niet uit te maken of de sluitertijd kort of lang was… of toch wel?

In beeld brengen van dynamiek en beweging

Een foto is in essentie een stilstaand beeld. Anders dan bij film kun je in de fotografie geen beweging vastleggen. Denk aan stromend water, langsdrijvende wolken of bewegende bomen. Als dat soort dynamiek en beweging valt weg in een foto. Om als fotograaf de kijker de indruk van beweging te geven kun je delen van je foto ‘bewogen‘ maken, niet door de camera te bewegen maar door met een lange sluitertijd bewegingsonscherpte van het onderwerp te introduceren. Het stromende water veegt uit en er ontstaat onscherpte, bewegende wolken vegen uit of bomen krijgen onscherpte. Het resultaat is dat de kijker de illusie van beweging krijgt en zelf de dynamiek ‘verzint’.

Het schuim draaide heel langzaam in het poeltje. Door de lange sluitertijd van 13" is het bewogen en verzint de kijker zelf de beweging.

Het schuim draaide heel langzaam in het poeltje. Door de lange sluitertijd van 13″ is het bewogen en verzint de kijker zelf de beweging.

Beweging juist uitbannen

Door extreem lang te belichten vallen alle kleine bewegingen weg, die zijn te kort om vastgelegd te worden, en blijft alleen datgene zichtbaar wat niet of nauwelijks beweegt. Hoe langer de sluitertijd, hoe meer alleen de grootste en traagste bewegingen overblijven tot zelfs helemaal geen beweging meer. Zo heeft Louis Daguerre (wie? Dat is één van de uitvinders van de fotografie) ooit een foto (Daguerreotypie) gemaakt van de Boulevard du Temple in Parijs waarop geen verkeer of mensen te zien zijn. Door de belichting van 10 minuten zijn alle snelle bewegingen van langslopende mensen of verkeer niet vastgelegd. Alleen de schoenpoetser en zijn klant bleven lang genoeg stilstaan, zij het iets bewogen. Het is de eerste foto ooit gemaakt waarop ook mensen te zien zijn.

Reflectie in het water op het strand van Ameland. Door de sluitertijd van 1/30 zijn kleine rimpelingen nog steeds te zien.

Reflectie in het water op het strand van Ameland. Door de sluitertijd van 1/30 zijn kleine rimpelingen nog steeds te zien.

Zelfde foto maar nu met sluitertijd van 4 seconden. De kleine bewegingen van het water zijn verdwenen.

Zelfde foto maar nu met sluitertijd van 4 seconden. De kleine bewegingen van het water zijn verdwenen.

Intensere kleuren

Een laatste reden om je sluitertijd te verlengen is het feit dat kleuren intenser en dieper worden. Veel landschapsfotografen gebruiken dan ook deze techniek voor kleurrijke beelden met verzadigde kleuren.

bijna 45min. ná zonsondergang zijn de kleuren nog steeds aanwezig maar worden nóg intenser en verzadigder door de lange sluitertijd van 30".

bijna 45min. ná zonsondergang zijn de kleuren nog steeds aanwezig maar worden nóg intenser en verzadigder door de lange sluitertijd van 30″.

Hoe lang zijn lange sluitertijden?

Wat is lang? Bij fotograferen uit de hand werk je met sluitertijden die fracties van seconden duren. We spreken van lange sluitertijden wanneer je eigenlijk niet meer uit de hand kunt fotograferen. Er is geen vastgestelde grens maar vanaf 1/10 sec. gaan we toch echt beweging zien. Die sluitertijd kan dan zo lang als je wilt. Misschien wel 1 sec., misschien wel vele seconden, 30 seconden tot zelfs minuten. Afhankelijk van je doel en snelheid van beweging van het onderwerp zul je gaan kiezen voor een bepaalde sluitertijd.

Het terugstromende water tussen de rotsen is duidelijk bewogen, 4" belichting was hiervoor voldoende.

Het terugstromende water tussen de rotsen is duidelijk bewogen, 4″ belichting was hiervoor voldoende.

Afhankelijk van snelheid onderwerp

Hoe snel moet de sluitertijd zijn om water te laten bewegen?” Het grappige is dat je daar niet 1-2-3 antwoord op kunt geven. Immers, de stroming van de rivier de Rijn is heel anders dan een waterval op IJsland. Hoe sneller je onderwerp beweegt, hoe minder lang de sluitertijd hoeft te zijn om bewegingsonscherpte en daarmee dynamiek in beeld te brengen. Bij een waterval is misschien 1/10 of 1/2 seconde al voldoende terwijl een langzaam stromende rivier past onscherp begint te worden vanaf 1 minuut belichting.

Een waterval bij Noordkaap gefotografeerd bij verschillende sluitertijden. Welke dynamiek uiteindelijk het mooiste is, is heel persoonlijk.

Een waterval bij Noordkaap gefotografeerd bij verschillende sluitertijden. Welke dynamiek uiteindelijk het mooiste is, is heel persoonlijk.

En dan is er nog je persoonlijke smaak en doel. Een waterval met extreem korte sluitertijd zal alleen bestaan uit druppels, met extreem lange sluitertijd wordt het water fluweel; alles daartussen zal een overgangsbeeld opleveren. Welke beeld en welke mate van bewegingsonscherpte in de foto komt is afhankelijk van wat jij wil en mooi vindt. Mijn advies daarom: maar een trapje met verschillende sluitertijden van (te) kort tot (te) lang. Dan kun je later in de nabewerking rustig kijken welke het beste bij jouw idee en gevoel past.

Een 'watervalletje' met schuim in de Leuvenemse beek, gefotografeerd met verschillende sluitertijden. Uiteindelijk vond ikzelf 2" het mooiste, wat vind jij?

Een ‘watervalletje’ met schuim in de Leuvenemse beek, gefotografeerd met verschillende sluitertijden. Uiteindelijk vond ikzelf 2″ het mooiste, wat vind jij?

Hoe je sluitertijd te verlengen?

Sluitertijd, diafragma en ISO vormen de belichtingsdriehoek, een combinatie van deze drie zorgt voor een bepaalde hoeveelheid licht. Als je bij dezelfde belichting een langere sluitertijd wilt is het dan ook niet voldoende om alleen de sluitertijd op te hogen. Je moet de verandering corrigeren met de andere twee; ISO en diafragma. Door je ISO zo laag mogelijk te zetten (ISO100) en diafragma hoog (bijv. f/22) komt er weinig licht binnen (diafragma) en is er veel licht nodig (lage ISO): de sluitertijd moet daarom lang zijn om voldoende licht te vangen, precies wat je wilde. Hoe moet je dus een sluitertijd verlengen? Lage ISO en hoog diafragmagetal.

In de nacht is een lange sluitertijd geen enkel probleem met zo weinig licht. ISO3200, f/2.8 en 30".

In de nacht is een lange sluitertijd geen enkel probleem met zo weinig licht. ISO3200, f/2.8 en 30″.

Wat is er nog meer van invloed? De huidige lichtomstandigheden! Is het stralend zonnetje midden op de dag dan zal het effect van lage ISO en hoog diafragmagetal maar beperkt zijn. Er is dan zóveel licht dat de sluitertijd wel langer zal worden maar wellicht nog lang niet genoeg voor wat jij wilt. Je kunt natuurlijk wachten op andere lichtomstandigheden met minder licht (bewolkt, einde van de dag, na zonsondergang, etc.) maar er zijn ook mogelijkheden om met veel licht toch een lange belichting te kunnen krijgen.

In het stralende zonlicht is een lange sluitertijd om de beweging van de wolken te laten zien een stuk lastiger. ISO100, f/18 en 30" (met grijsfilter).

In het stralende zonlicht is een lange sluitertijd om de beweging van de wolken te laten zien een stuk lastiger. ISO100, f/18 en 30″ (met grijsfilter).

Grijsfilter of ND-filter

Anders dan de eerder beschreven polarisatiefilter filtert een grijsfilter (of ND-filter van Neutral Density) niet een bepaald soort licht (gepolariseerd) weg maar gewoon een deel van al het licht. Hiermee kun je ook onder lichte omstandigheden ervoor zorgen dat er zo weinig licht op de sensor valt dat je wel met lange sluitertijden kunt/moet werken. Deze filters zijn te koop in verschillende sterktes of ‘stops’.

  • 1 stops: wordt 0,3ND of ND2 genoemd en filtert een factor 2 aan licht (deze gebruik je niet vaak)
  • 2 stops: wordt 0,6ND of ND4 genoemd en filtert een factor 4 aan licht (deze gebruik je ook niet vaak)
  • 3 stops: wordt 0,9ND of ND8 genoemd en filtert een factor 8 aan licht (deze wordt veel gebruikt)
  • 4 stops: wordt 1,2ND of ND16 genoemd en filtert een factor 16 aan licht (deze wordt eveneens veel gebruikt)
Zonsopkomst aan de Rijn. Links met alleen polarisatie- en grijsverloopfilter (ISO100, f/11, 1"), rechts met nog extra een 4 stops ND16 filter op 30".

Zonsopkomst aan de Rijn. Links met alleen polarisatie- en grijsverloopfilter (ISO100, f/11, 1″), rechts met nog extra een 4 stops ND16 filter op 30″.

Daarnaast zijn er ook nog de zogenaamde ‘bigstoppers’, filters die 6, 8, 10 tot zelfs 12 stops aan licht filteren. Bedenk dat 10 stops een factor 1024 aan licht is, dus dat deze filter maar 1/1000 van het licht doorlaat.

Als je zonder filter, bij een bepaalde ISO en diafragma, een sluitertijd hebt gevonden, kun je uitrekenen hoe de sluitertijd verandert bij het plaatsen van een grijsfilter. Bijv. als je 1/50 sec. hebt en je plaatst een 4 stops filter betekent dit dat de nieuwe sluitertijd 16x zo lang wordt: 1/50 -> 1/25 -> 1/13 -> 1/6 -> 1/3 sec. De nieuwe sluitertijd wordt dan dus 1/3 sec. Met een 10 stops filter wordt de nieuwe sluitertijd zelfs 20 sec.

Belichting van 4 minuten door zowel grauwe lichtomstandigheden en een 8 stops grijsfilter (en polarisatie).

Belichting van 4 minuten door zowel grauwe lichtomstandigheden en een 8 stops grijsfilter (en polarisatie).

Opschroef, variabel en platen

Grijsfilters zijn in verschillende soorten verkrijgbaar:

  • Opschroeffilters in diverse filtermaten maar met vaste ‘sterktes
  • Variabele filters (soort dubbele polarisatiefilter) als opschroef maar dus met variabele sterkte
  • Plaatfilters als onderdeel van een filtersysteem met houder. De platen, verkrijgbaar in verschillende sterktes, worden in gleuven van de houder geschoven.

Opschroeffilters hebben als voordeel dat ze rechtstreeks op je lens passen en makkelijk zijn mee te nemen. Wel moet je er meerdere hebben als je ze op meerdere lenzen met verschillende lensdiameters wilt gebruiken of je moet gaan werken met zogenaamde step-up ringen. Het nadeel van deze filters is dat combinatie met bijv. polarisatie- en/of grijsverloop filter erg bewerkelijk is. Je moet dan gaan ‘stacken‘ (filters voor elkaar op de lens schroeven) met het risico op vignettering.

Variabele grijsfilters lijken de perfect oplossing, immers de sterkte is niet vast en je kunt de mate van verduistering zelf instellen door het voorste glaselement t.o.v. het achterste te draaien. Het grote nadeel is echter dat in een bepaalde hoek van beide glaselementen t.o.v. elkaar een donkere X in het beeld kan ontstaan, een patroon. Dat heeft te maken met de interferentie van beide filters over elkaar, het zijn twee polarisatiefilters die in een bepaalde hoek bijna zwart beeld geven. Alleen de hele dure variabele grijsfilters hebben hier nagenoeg geen last van.

Het typische X-patroon wat kan ontstaan bij variabele ND-filters.

Het typische X-patroon wat kan ontstaan bij variabele ND-filters.

Het verkeerde effect van een variabel ND filter wanneer je die niet goed draait.

Het verkeerde effect van een variabel ND filter wanneer je die niet goed draait.

De plaatfilters worden het meeste gebruikt. Een filterhouder met daarin ruimte voor zowel polarisatie-, grijs- als grijsverloop filters zorgt voor diversiteit en tegelijk de mogelijkheid om eenvoudig filters te combineren. Vroeger had het merk Cokin het A- en P-systeem waarbij het A-systeem zó klein is dat het tegenwoordig nauwelijks meer bruikbaar is. Het P-systeem wordt nog wel gebruikt (of vergelijkbaar van andere merken) maar is alleen voor cropcamera’s met kleine lensdiameters handig. Het je wat grotere lenzen of meer groothoek dan kom je al snel toe aan het zogenaamde 100mm systeem, filters van 10cm breed. Dan kun je nog kiezen voor Resin (kunststof) en glas. Voordeel van kunststof is dat hij niet breekgevoelig is maar wel erg snel krast. Ook heb je – vooral bij sterkere filters zoals de big toppers – snel kans op vervelende kleurzwemen. Glas heeft daar veel minder last van, is veel harder, krast minder maar is wat duurder en een onvrijwillige kennismaking met bijvoorbeeld een rots zorgt helaas voor een filter-puzzel.

Een grijsfilter in plaatvorm (erachter zit een grijsverloopfilter) in een filterhouder voor 100mm filters.

Een grijsfilter in plaatvorm (erachter zit een grijsverloopfilter) in een filterhouder voor 100mm filters.

Extreem lange belichting van 16 minuten met glasfilters (zowel 8 als 4 stops grijsfilter). Nagenoeg geen kleurzweem.

Extreem lange belichting van 16 minuten met glasfilters (zowel 8 als 4 stops grijsfilter). Nagenoeg geen kleurzweem.

Zelfde beeld maar nu met 10 stops HiTech kunststof filter. De blauwzweem is er in de nabewerking bijna niet meer uit te halen.

Zelfde beeld maar nu met 10 stops HiTech kunststof filter. De blauwzweem is er in de nabewerking bijna niet meer uit te halen.

Welke grijsfilters zijn handig?

Als ik ook al hierboven schreef zul je in praktijk zelden tot nooit werken met een 0,3ND (1 stops) of 0,6ND (2 stops) filter. Dat effect is zo weinig en áls je een filter gebruikt wil je vaak ook dat hij meteen je sluitertijd met een behoorlijk stuk verlengd. Is een 3 of 4 stops filter weer net té sterk dan kun je dat simpel oplossen door je ISO een stop op te hogen. Voor een beperkt effect is een 3 of 4 stops filter het fijnste.

Daarnaast zou je een bigstopper kunnen overwegen voor meteen de hele lange sluitertijden of lange belichtingen in lichte omstandigheden. Veel camera’s ‘zien’ alles nog (denk aan autofocus en belichting) door een 6 of 8 stops filter, jij met je oog ook nog. Vanaf 10 stops wordt het voor de meeste camera’s echter té donker om nog belichting te meten of scherp te stellen. Ook zie je zelf vaak weinig meer. Omdat ikzelf niet zo hou van extreem lange sluitertijden èn het prettig vindt dat de belichtingsmeter nog werkt en ikzelf ook nog wat in het beeld zie, werk ik met een 8 stops filter naast mijn 4 stops. Samen kan ik de hele wereld aan en als 8 stops nog te weinig is kan ik ze altijd nog voor elkaar zetten voor totaal 12 stops.

Camera met plaatfilters in actie. Voordeel van deze houders is dat je meerdere filters tegelijk kunt gebruiken.

Camera met plaatfilters in actie. Voordeel van deze houders is dat je meerdere filters tegelijk kunt gebruiken.

Werken met grijsfilters

Hoe werkt het nou? Eigenlijk vrij simpel. Zo lang de camera nog wat kan ‘zien’ door de filter heen hoef je vrij weinig te doen. Immers, voor de camera is de lichtomstandigheid verandert en hij past keurig zijn belichting erop aan. Zelf werk ik veelal vanuit de diafragmavoorkeuzestand (A of Av, afhankelijk van je merk camera) en stel ik ISO in (laag, je werkt vanaf statief) en diafragma in (afhankelijk van de gewenste scherptediepte). Dan zie ik de resultante sluitertijd. Op basis van wat ik graag als sluitertijd zou willen bekijk ik welke filter ik nodig heb, in mijn geval 4 stops, 8 stops of misschien wel beide. Je zet deze ervoor, laat de camera op nieuw belichten en ziet dat de camera zelf met een veel langzamere sluitertijd op de proppen komt.

Rotskust op Senja, Noorwegen. DE camera kan nog prima zelf belichten door ND8 (3 stops) of ND16 (4 stops) grijsfilters.

Rotskust op Senja, Noorwegen. DE camera kan nog prima zelf belichten door ND8 (3 stops) of ND16 (4 stops) grijsfilters.

Wanneer je echter zóveel verduisterd dat de camera niet goed licht meer kan meten, bijvoorbeeld met een 10 of 12 stops filter, dan zul je zelf de sluitertijd moeten gaan bepalen. In dat geval ga ik naar de stand Manual (M), zet mijn ISO en diafragma erin en bereken vanuit de sluitertijd zonder filter, de nieuwe sluitertijd mèt filter op basis van het aantal stops (factoren 2) van de filter. Vind je dit lastig, dan zijn er tabellen of zelfs apps voor te krijgen die dit voor je berekenen zoals Long Exposure Calculator (iPhone) of Exposure Calculator (Android). Maar er zijn vast nog vele anderen. In deze apps kun je alle gegevens invullen van huidige sluitertijd en de filter die je wilt plaatsen waarna de app berekent wat de nieuwe sluitertijd zal zijn.

Bij nog donkerdere filters vanaf ND1024 (10 stops) zul je zelf aan het rekenen moeten gaan.

Bij nog donkerdere filters vanaf ND1024 (10 stops) zul je zelf aan het rekenen moeten gaan.

Sluitertijd lang of kort? Nee, de ‘juiste’!

Fotografen die zeggen “ik werk graag met lange sluitertijden” vind ik net zoiets als een timmerman die zegt “ik werk graag met een hamer.” Je pakt een hamer als je met spijkers werkt maar als je schroeven gebruikt is een schroevendraaier handiger. Hamer of schroevendraaier zijn nooit het doel maar een middel om een doel te bereiken. Het eigenlijk doel van de timmerman is een kast, raamkozijn of tuinbank. En daarbij hoort het passende gereedschap. Zo ook met sluitertijden. Lange sluitertijden kunnen nooit een doel zijn maar een middel om een bepaalde foto te kunnen maken.

Ik spreek daarom liever over een foto met de ‘juiste’ sluitertijd; een sluitertijd die past bij het doel. Dat kan lang zijn voor het vastleggen van de bewegingsonscherpte van een langzaam bewegend onderwerp, middellang voor snellere beweging tot uiteindelijk heel kort voor het bevriezen van beweging. Met filters maak je dit mogelijk.

Soms moet je sluitertijd juist niet té lang zijn, zoals hier met 1/10" waarbij je wel wat beweging ziet maar de golf zelf ook nog goed zichtbaar is.

Soms moet je sluitertijd juist niet té lang zijn, zoals hier met 1/10″ waarbij je wel wat beweging ziet maar de golf zelf ook nog goed zichtbaar is.

Fotografen die zeggen “Ik hou niet van filters want ik vind dat fluwelen water niet mooi” hebben het ook niet begrepen. Filters maken water niet tot een waas maar maken onbepaalde omstandigheden bepaalde sluitertijden mogelijk. Soms heb je ze nodig voor de gewenste sluitertijd, soms niet. Het is als een hamer en een schroevendraaier. Je hebt ze niet altijd nodig maar het is fijn dat je ze bij je hebt voor het geval je moet werken met spijkers…. of schroeven.

Het water hoeft niet per se altijd maar zo glad mogelijk te zijn... maar soms is het wel mooi. 30" met 8 stops ND-filter.

Het water hoeft niet per se altijd maar zo glad mogelijk te zijn… maar soms is het wel mooi. 30″ met 8 stops ND-filter.

Benro filters

Ibenro_50pxk krijg veel vragen over welke filters handig en vooral goed zijn. Hoewel er inmiddels vele merken zijn aan filters werk ikzelf nog altijd met Benro en wel de masterserie. Dat zijn hoogwaardige glasfilters met nagenoeg geen kleurzweem en nauwelijks verlies in scherpte of contrast. Zie www.benro.nl/idt-Filters_Grijsfilter_MasterGrijsfilterV. Deze filters zijn te koop in diverse sterktes of stops en als gezegd werk ikzelf met de 1,2ND (4 stops) voor de verlenging van sluitertijd zonder meteen extreem te worden en de 8 stops ND-filter. De laatste heeft als voordeel dat je er nog steeds doorheen kunt kijken en de camera kan erdoorheen nog steeds belichten en scherpstellen. Daarnaast ben ik geen extreem lange sluitertijd liefhebber en is voor mij een 10 of 12 stops niet nodig.

Deze plaatfilters horen in één van de drie Benro filterhouders. Ik zou zelf altijd de MkII houder aanraden waarbij de filters in aparte diaraampjes gaan die weer naadloos in de houder passen. Voordeel is dat je niet met je vieze vingers op de filters komt en, als je ook met grijsverloopfilters gaat werken, je deze laatste via een ingenieus tandwielsysteem perfect kan stellen.

 

Volgende week ga ik verder met de laatste van de drie filters, de grijsverloop- of ND-gradiënt filters.

De porseleinzwam... misschien we de mooiste zwam om vast te leggen.

Het bos staat VOL met paddenstoelen… ga mee op 11 okt. met een flitsende workshop!

 

Inhoud

Deze fotoworkshop wordt georganiseerd in samenwerking met CameraNU.nl en Godox flitsers. De workshop start in het Waterloopbos maar de nabespreking zal bij CamerNU.nl in Urk zijn waarna u de mogelijkheid heeft om naar de winkel te gaan.

Waar jarenlang het gebruik van flitsers binnen natuurfotografie 'not done' was lijkt er nu een opmars in het creatieve gebruik van flitslicht bij alle takken van de natuurfotografie. Flitsen maakt het mogelijk om je licht volledig in eigen hand te hebben, de juiste dosering van invullicht, tegenlicht of juist strijklicht. Waar je op een zonnige dag gebonden bent aan de lichtval van de zon kun je met flitsen in een donkere omgeving volledig je eigen artistieke beelden creëren. Toch is flitsen niet eenvoudig, zeker niet als je gebruik gaat maken van 'off-shoe flits', ofwel de flits los van de camera, of zelfs gaat werken met meerdere flitsers om verschillende lichtvallen in te zetten voor het belichten van je onderwerp.

Smoking mushroom

Smoking mushroom

Tijdens deze veldworkshop in het Waterloopbos gaan we aan de slag met paddenstoelen en flitsen. We bouwen de workshop langzaam op en beginnen met één flitser. We kijken wat er gebeurt als je die op de camera laat zitten en hoe je dan het omgevingslicht en flitslicht mooi op elkaar af kunt stemmen zodat je geen platgeflitst onderwerp hebt. Daarna kijken we wat er gebeurt als je de flitser los van de camera gaat plaatsen (draadloos of bedraad), waar kun je hem plaatsen en wat zijn de effecten van de verschillende posities. Hoe stel je de flitser in, denk aan 'power' maar ook aan 'zoom', we kijken naar het verschil tussen manueel en ETTL en maken gebruik van diffusers of softboxen om het licht zachter te maken en/of te verspreiden. Een reflectiescherm kan helpen om extra licht vanaf de andere kant in te zetten maar we gaan ook kijken wat er gebeurt als je een tweede of misschien zelfs derde flitser erbij zet. Hoe werk je met meerdere flitsers, hoe stel je ze in en hoe kun verschillende lichtvallen creëren.

Leenflitsers & korting van Godox

Wellicht heb je al een eigen rapportage flitsers met misschien een draadloze trigger maar mocht je dit nog niet in bezit hebben heeft Godox aangeboden om een set aan flitsers en triggers ter beschikking te stellen waarmee in het veld geëxperimenteerd kan worden. Voor diverse merken zijn er systemen aanwezig in diverse prijs categorieën zodat je naar hartelust kunt experimenteren en kunt kijken of het werken met flitsers wat voor jou is en wat voor systeem voor jou interessant zou kunnen zijn. Speciaal voor deze workshop bieden CameraNU.nl èn Godox 10% korting aan op het Godox assortiment zodat je ook nog eens tegen aantrekkelijke prijs na afloop van de workshop een mooie flitser uit kan zoeken!

Natures 'Yin Yang'

Natures 'Yin Yang'

Meer informatie en aanmelding

Ga voor meer informatie en aanmelding snel naar https://www.johanvanderwielen.nl/paddenstoelen-waterloopbos-workshop-flitstechnieken/ .... VOL = VOL