Tutorial nachtfotografie deel 2: wat neem je mee?

Nachtfotografie wordt steeds populairder. Met de steeds betere camera’s wordt de nachtelijke hemel ontdekt en gaan natuurfotografen naar buiten om het nachtelijke licht te vangen. Foto’s van sterrenhemels, Melkweg, de maan en sterrensporen prijken op steeds meer tijdlijnen. Maar hoe doe je dat nou in de nacht? Waar moet je zijn? Hoe kun je een goed donkere plek bepalen en waar moet je op letten als je ’s nachts op pad gaat. Wat moet je allemaal meenemen en hoe moet je je camera instellen? In deze driedelige serie rond nachtfotografie heb ik in deel 1 de voorbereiding beschreven, waar ga je heen en wanneer. In dit deel ga ik verder met wat je mee moet nemen, het materiaal. in het volgende deel ga ik in op de instellingen van de camera en in deel 4 neem ik je mee in de wondere wereld van de sterrensporen.

Wat heb je nodig? … materiaal

Zo, nu hebben we een plan, een locatie, een dag en zelfs een tijdstip om op pad te gaan. Wat gaan we meenemen?

Basis materiaal

  1. Camera: slechte camera’s bestaan inmiddels niet meer, in feite is iedere camera geschikt zo lang je maar alles handmatig in kun stellen; zowel de belichting als de scherpstelling. Wel is het zo dat sommige compact- of bridgecamera’s vaak niet zo hoog kunnen in de ISO of dat lange sluitertijden pas mogelijk zijn bij lage ISO. Die camera’s zijn niet geschikt, maar spiegelreflex camera’s of systeemcamera’s gaan allemaal prima.
  2. Lichtsterkte groothoeklens: in de nacht werk je het liefst met een groothoeklens (immers je wil vaak de nachtelijke hemel fotograferen). Hoe groot is groot? Voor fullframe camera’s is alles onder de 24mm prima geschikt, denk aan 20mm, 16mm, 14mm of zelfs 12mm. Voor cropcamera’s zijn lenzen van 10mm tot 16mm het beste. Omdat je ’s nachts weinig licht hebt, werk je het liefste met lichtsterke lenzen. Niet alleen scheelt dat in sluitertijd maar ook kun je zelf ook meer zien door de lens om een compositie te bepalen. Mooiste zijn f/2.8 lenzen hoewel er zelfs ook nog f/1.8 groothoeklenzen zijn. Natuurlijk kan f/4 ook nog wel maar hoe lichtsterker hoe fijner.
  3. Géén UV-filter: misschien heb je allemaal beschermingsfilters op je lenzen, prima, maar haal ze er in de nacht vanaf. Door de vele kleine lichtbronnetjes kun je snel last krijgen van flare.
  4. Statief:  zonder statief geen nachtfotografie. Hoe groter en lomper het statief, hoe beter. Je werkt met lange sluitertijden dus wil je echt zo stabiel mogelijk zijn. Neem ook geen statief met een middenpoot, dat is het meest instabiele deel. Kop is verder niet echt van belang zo lang alles maar écht stevig is! Oh ja, een statiefnetje zorgt ervoor dat je van alles kwijt kan, zoals de draadontspanner of de accu voor je dauwlint (zie verderop).
  5. Draadontspanner: ik werk ’s nachts altijd met een afstandbediening, dan hoef je de camera niet aan te raken bij het maken van een foto. Je hebt allerlei draadloze systemen t/m bediening via je telefoon, toch werk ik het liefst met de meest eenvoudige draadontspanner. Dan kunnen er ook geen batterijen opraken of verbinding verliezen. Verder is dit ook verreweg het makkelijkste bij het maken van sterrensporen. Oh ja, doe jezelf een plezier en koop een merk eigen remote, geen third party. Ik heb er inmiddels zoveel van versleten waarbij ineens een draadbreuk ontstond of een contactpuntje niet meer werkte.
  6. Volle accu’s en lege kaartjes: in deze volgorde. Zeker in de winter gaat een accu een stuk sneller leeg dan je gewend bent. Bewaar reserve accu’s ook altijd in je broekzak waar ze warm blijven.
Stevig statief, draadontspanner, camera met lichtsterke groothoeklens... nachtfotograaf kan aan het werk.

Stevig statief, draadontspanner, camera met lichtsterke groothoeklens… nachtfotograaf kan aan het werk.

Je eigen materiaal

Je camera is nu in orde maar nu jij nog. Zeker in de wintermaanden is het handig om ook zelf goed voorbereid op pad te gaan. Een ommetje met de hond bij -5 is heel iets anders dan bij -5 uren stil te staan.

  1. (Hoofd)lampje met rood licht: ik werk zelf meestal zonder licht, je ogen zijn na 20 minuten aan het donker gewend. Toch heb je af en toe wat licht nodig, dan is een hoofdlampje waarbij je je handen vrij hebt, het handigst. Als je er een gaat kopen, zoek er dan een die ook een rood lichtje heeft. Rood licht verstoort je nachtzicht niet waardoor je, als je je lampje weer hebt uitgezet, weer alles ziet om je heen. Veel fijner dat het witte licht.
  2. Warme winterkleding: kleed je warmer aan dat je zou doen voor een ommetje, je staat uren stil. Ook al vriest het misschien niet eens, neem toch dikke handschoenen en muts mee, een extra fleece en warme schoenen. Lijkt overdreven maar het is zonde als je de mooiste nacht moet afbreken omdat je het zelf te koud hebt. Zelf heb ik in de kou altijd merinowollen ondergoed en zorg ik voor een winddichte jas. Daartussen kun je werken met laagjes, een laagje uitdoen is nooit een probleem.
  3. Eten en drinken: je wordt moe en het is koud. Neem daarom voldoende eten en drinken mee. Pinda’s, rozijnen of mueslirepen zijn goede energiebronnen in de nacht maar ook een boterham met (pinda)kaas doet wonderen. Als het waait of vriest verlies je ook veel vocht zonder dat je het merkt. Dus ook water mee!
Onder het noorderlicht dineren met rode hoofdlampjes om het nachtzicht niet te verstoren.

Onder het noorderlicht dineren met rode hoofdlampjes om het nachtzicht niet te verstoren.

Materiaal voor de meer gevorderde nachtfotograaf

Naast alle basismaterialen zijn er ook een aantal spullen voor als je verder komt in de nachtfotografie.

  • Nachtfilter of lichtvervuilingsfilter: er zijn inmiddels diverse filters te koop waarmee een groot deel van de lichtvervuiling wordt weggefilterd. Geen wondermiddel maar zeker bij kraakheldere hemel een grote meerwaarde. Zie hier voor uitgebreide foto wiki.
  • Een Light Pollution filter kan helpen de gele zweem van lichtvervuiling teen de heldere hemel weg te filteren.

    Een Light Pollution filter kan helpen de gele zweem van lichtvervuiling teen de heldere hemel weg te filteren.

    Dauwlinten: voor een losse foto’s heb je niet zo’n last van vocht maar als je de camera langer laat klikken, bijvoorbeeld voor sterrensporen, dan loop je het risico dat vocht tijdens de nacht neer gaat slaan op je lens met een grote condensvlek als gevolg. Om dat te voorkomen kun je je lens verwarmen. Daarvoor zijn diverse manier, zie de tutorial Hoe voorkom je condens op je lens in de nacht?

  • Met een dauwlint verwarm je het frontelement van je lens om mogelijke condensvorming in de nacht te voorkomen.

    Met een dauwlint verwarm je het frontelement van je lens om mogelijke condensvorming in de nacht te voorkomen.

    Volgsysteem of astrotracker: de aarde draait door tijdens de nacht en bij té lange sluitertijden ga je die draaiing zien; de sterren beginnen sporen te trekken in plaats van als losse puntjes op je foto terecht te komen. Wil je toch met erg lange sluitertijden werken, bijvoorbeeld voor de Melkweg of deepspace fotografie, dan is het nodig dat je camera tijdens de belichting tegen de richting van de draaiing van de aarde draait zodat de camera ten opzichte van de sterren stil staat. Dat kun je voor elkaar krijgen met een volgsysteem. Inmiddels zijn er veel systemen te koop, ook relatief kleine om makkelijk mee te nemen. Zie voor meer informatie: Astrofotografie, volgsystemen (astrotracker).

Zo, nu weten we waar we heen gaan, wanneer, hoe laat (deel 1 in deze tutorialreeks) én wat we meenemen. Wat we nou gaan doen vertel ik in deel 3, in het laatste deel ga ik in op de techniek van sterrensporen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInEmail this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *